Pre- en Perinataal trauma wil zeggen dat een baby lastige lichamelijke of emotionele ervaringen rondom het begin van het leven heeft meegemaakt.

Misschien door een pijnlijke moeizame geboorte, en/of doordat het kindje daarna een tijdje van de moeder, de ouders, gescheiden moest worden (perinataal betekent rondom de geboorte). Of door gebeurtenissen tijdens de zwangerschap (prenataal)

Een mogelijk gevolg is dat een mens (het kind en de latere volwassene) het idee over zichzelf krijgt op de wereld ‘niet welkom’ te zijn. Of misschien ook het verdrietige onjuiste idee opvat dat de wereld en alle mensen daarin jou eigenlijk pijn of schade willen berokkenen.

Door medische kennis is een geboorte veiliger geworden en kunnen we meer baby’s in het leven verwelkomen.

Soms leidt de medische kennis echter ook tot ‘niet verwelkomen’. 

Zo heb ik van een ex-kraamverpleegkundige gehoord dat er in de tijd van mijn eigen geboorte (begin 70’er jaren) een standaard beleid was dat kindjes die letsel hadden aan hun hoofd door de bevalling, direct na de bevalling 24 uur gescheiden werden van hun moeder. De dagen daarna mochten ze zo min mogelijk aangeraakt worden. Dit was uit ‘medische zorgzaamheid’, omdat men dacht dat het slecht was voor de kindjes om meer pijn te krijgen door aanraking en bewegingen van het lichaam.

Inmiddels is bekend hoe belangrijk het is dat alle kindjes na de geboorte zoveel mogelijk huidcontact met de moeder hebben. Juist de kindjes met fysieke pijn na de geboorte kunnen door nabijheid en aanraking rustig worden. Zo ervaren ze dat ze toch welkom zijn, ondanks de pijn van het begin. Een baby’tje dat huilt van behoefte, pijn, ongemak of honger, raakt snel in grote paniek als het niet wordt getroost. Dat geeft nog meer een idee van: ‘Er is hier niemand voor mij, ik word niet gehoord, ik ben niet welkom’.  Geen aanraking en troost zo vroeg in het leven, kan later leiden tot problemen met de hechting aan de ouders/verzorgers, ook al zijn de verzorgers nog zo lief.

Vorige week had ik in één week twee ervaringen die me tot tranen toe raakten. Ze hebben te maken met  vroege verwelkoming.

Zo las ik hoe een inheems volk, de Dagara in West-Afrika, een baby bewust de ervaring van ‘welkom!’ wil geven. Als de moeder weeën heeft, staan er om haar heen meerdere vrouwen die urenlang liedjes zingen voor de baby. Ze moedigen de baby aan om geboren te worden met woorden als: ‘Het licht dat je ziet bij de uitgang, is het licht van ons dorp. Kom maar snel. We hebben groen gras en honing daar en onze liefde kan niet wachten om bij jou te kunnen komen.’[1] Op het moment dat het hoofdje verschijnt, worden alle kinderen uit het dorp geroepen om bij de hut te komen staan. Ze wachten op de eerste schreeuw van het baby’tje. Deze beantwoorden ze met eenzelfde schreeuw van luid gejuich!

De auteur Malidoma Somé die dit beschrijft, is zelf ook in dit dorp geboren. Al denkend over deze vorm van verwelkoming schrijft hij:

“Ik denk dat deze eerste schreeuw van de pasgeborene een soort vraag in zich draagt. Een signaal van de nieuwkomer, uitgaand naar buiten, om te bekijken of hij/zij op de goede plaats is gearriveerd. Het geluid dat het meest lijkt op de schreeuw van een pasgeborene is het geluid van kinderen, en daarom zijn er kinderen nodig om het geluid te maken waarmee de pasgeborene beantwoord en bevestigd wordt. Deze bevestiging geeft vrede in de psyche van de baby, die daardoor aanwezig kan gaan zijn in deze wereld. Ik heb me vaak afgevraagd: Wat zou er gebeuren met een baby als er geen antwoord komt?”

Twee dagen later liet een meditatieleraar een muziekstuk horen aan onze meditatiegroep. Het stuk heet ‘The unanswered question’ (de onbeantwoorde vraag) en is gecomponeerd door Charles Ives in 1908. Het begint met muziek van violen, mysterieus. Na een tijdje hoor je steeds opnieuw herhalend, een trompetje zachtjes enkele noten spelen. Als een stem met een vraag.

De violen, ze klonken voor mij als het eeuwige geluid van de kosmos. En die vraag van het trompetje, ik hoorde het als die eerste schreeuw van het pasgeboren kind, komend vanuit een andere wereld naar de aarde: “Is er hier iemand hier voor mij?”

Het antwoord op het trompetje heeft de componist laten geven door houtblazers. Maar deze houtblazers vinden het heel moeilijk het antwoord te vinden. Zoals je kunt horen is het een kakofonie van klanken en soms heel lelijk (dissonant). Niet afgestemd op  de vraag van het trompetje, dat maar volhoudt met zijn vraag en steeds opnieuw klinkt.

Aan het eind van dit stuk was ik diep geraakt. Ik voelde deze vraag in mijn hele wezen, de roep en het verlangen naar de ander, naar liefde, naar afstemming. Ik ervoer misschien ook de paniek van mijzelf als klein baby’tje, zonder moeder, geïsoleerd in een ziekenhuiskamer in 1972. Ik begon te trillen.  Gelukkig was er dit keer wel iemand. Een goede vriendin die ik nog net kon wenken. En in deze afgestemde aanraking  kon ik mijn tranen van verdriet én dankbaarheid laten gaan terwijl het trillen langzaam afnam.  Mijn kleine trompetje dat ik nog steeds met mij meedraag en dat af en toe weer heel hard roept, werd gehoord en beantwoord.

Heling van pre- en perinataal trauma is mogelijk. Het liefst zo vroeg mogelijk door afgestemde nabijheid en aanraking van het kindje. Heel helend voor het kindje en ook voor de moeder schijnt het te werken als de moeder met het kindje praat over de lastige bevalling. Hoe het niet de bedoeling was dat het kindje zich daardoor onwelkom zou hebben gevoeld. Het kindje begrijpt de taal niet maar het heeft andere zintuigen om te begrijpen. Zelfs als het nog in de baarmoeder zit. Dit wisten ook de zingende vrouwen van het Dagara volk!  Maar heling is ook op volwassen leeftijd nog mogelijk, in de aandacht of de armen van de ander die er is, als je het nodig hebt.

Saskia Ebus 2021

[1] Uit: The healing wisdom of Africa. Malidoma Patrice Somé. Teacher Putnam books, New York 1999. P. 92-93 ‘Welcoming children in community’.