“Ik zou je gunnen dat het je lukt om het uit te houden” (citaat van Menno Oosterhoff, psychiater, deskundige op het gebied van dwangstoornissen). Mijn blog gaat over ondraaglijke gevoelssituaties ‘uithouden’. Soms is het ondoenlijk. Soms lukt het beter.

Voor mijn opleiding* heb ik zelf jarenlang wekelijks leertherapie gehad, in een ruimte die grensde aan een drukke straat. Op een keer was er buiten plotseling een geluid van wanhopig gehuil te horen dat mijn hele lichaam en geest meteen ‘kaapte’.

Plotseling, zonder dat ik er met mijn eigen wilskracht nog iets tegen kon doen, verkrampte mijn lichaam. Mijn hoofd voelde als in een soort klem, mijn gezicht werd gloedheet en ik kon alleen nog wat kreunen. Alle alarmbellen gingen af in mijn hoofd. Mijn therapeut zag het. Bleef rustig aanwezig bij mij en zei: “Probeer maar, of je het kan verdragen, uithouden”.

HET UITHOUDEN????

WAT ????!!!!!!!!!!!!!!!…..dachten mijn hersenen (die blijkbaar nog wel wat konden denken, maar niet helemaal meer op een normale manier), “Maar ik ben in groot gevaar!!!!!!”

Blijkbaar had dit geluid van buiten, als een trigger, mijn hersenen doen denken aan groot gevaar. Zo groot dat ze direct het afweergeschut in werking stelden van ‘lichaam bevriezen’ (om het gevaar hopelijk te ontlopen).

Ik lees nu het boek van psychiater en ervaringsdeskundige Menno Oosterhoff over dwangstoornissen**. Daarbij zijn er steeds herhalende gedachten of handelingen die je moet blijven volgen, terwijl je ze met je wilskracht niet of nauwelijks tegen kan houden. Als je deze gedachten en/of handelingen niet uitvoert, komt er ofwel hevige angst, ofwel een nauwelijks te verdragen gevoel van wat men een ‘just-not-right-feeling’ of een ‘feeling-of-incompleteness’ noemt. En om ondraaglijke gevoelssituaties op te lossen, zijn hersenen bijzonder krachtig in het vinden van oplossingen, zoals ‘dwangen’. Ook een soort afweergeschut dus. Ook al is het op dat moment niet echt nodig of behulpzaam.

Net als het advies van mijn therapeut destijds, is ook Menno’s wens voor mensen met ondraaglijke gevoelssituaties: moge je het steeds wat beter of vaker kunnen UITHOUDEN.

Hij schrijft: “…. op de lange duur gaat het alarm minder snel af, als er niet op wordt gereageerd. Maar daarvoor moet je eerst door de zure appel heen bijten”.

Hij weet zelf wat ‘dwangen’ is als reactie op zo’n innerlijk alarm/innerlijke onrust. Hij beschrijft in een voorbeeld hoe hij zich gekmakend gedwongen voelt om langdurig een papiertje te blijven zoeken dat kwijt is geraakt. Het kwijtraken van het papiertje leverde een ondraaglijk innerlijk gevoel op. Het papiertje blijven zoeken en alle gedachten erover zijn echter ook gekmakend en ook al verlicht het een beetje om dit te blijven doen, uiteindelijk is het beter om door de zure appel heen te bijten aldus Menno. Niet te gaan zoeken naar het papiertje. HET uithouden.

Wat is ‘HET’?  HET is de innerlijke gevoelssituatie.

Hieronder lees je de woorden die Menno schrijft als hij vertelt over wat hij moet doorstaan als gevoelssituatie, terwijl het papiertje kwijt is (ik heb ze uit zijn tekst geplukt en achter elkaar gezet):

Akelig. Knagend. Het overzicht kwijt. Mijn maag draait om. Akelig gevoel van onafheid. Gat in mijn bestaan. Bodemloos. Een rotgevoel als een wond.

En hier volgen mijn eigen woorden, als ik omschrijf wat HET is dat ik doorsta, als ik getriggerd word door iets dat mijn hersenen aan gevaar doen denken.

Geen houvast. Bodemloos. Gevoel van misgrijpen, vallen. Ik kan niet meer bestaan. Pijn in mijn hoofd, in mijn handen. Onverdraaglijk. Grote dreiging. Een zwart gat in mijn maag.

 Dit is HET dus. De zure appel.  Hoe is ‘erdoorheen bijten’? Wat is ‘het uithouden’?

Dit is in geval van zulke sterke gevoelssituaties geen kattenpis. En dit is ook meteen het eerste wat er moet gebeuren. Dat je tegen jezelf zegt: “Tjongejonge, dit is geen kattenpis: dit is heel zwaar voor mij.” Een mindfulnessleraar die ik erg bewonder is Tara Brach***. Zij adviseert om meteen over te gaan tot het zeggen van het woordje “JA”.  Ja, dit is er nu, ik zie het, ik accepteer dat het zo is.

Het belangrijkste is dat je jezelf toe kan staan dat je je zo voelt zonder jezelf op de kop te geven of je te schamen. Dit kalmeert al wat.

Het is al heel lastig om een sterke ervaring van onrust, angst of verdriet te accepteren als gevoelssituatie. Nog moeilijker is het om erbij blijven en het ‘uit te houden’ tot het misschien weer wat zakt. En dan niet in je normale patronen te gaan om het gevoel uit de weg te gaan of op te gaan lossen. Zeker heel lastig als de gevoelssituatie is als een bodemloos gat, als vallen, of als een wond! Daar zou je meteen iets aan willen doen! Soms voelt het willen gaan doen zo krachtig als een losgebroken galopperend paard, nauwelijks te beteugelen. Soms verstijft het lichaam (terwijl de gedachten als een paard in galop kunnen blijven razen). Zeer lastig! Dit soort situaties uithouden, hoeft echter niet te betekenen dat je hulpeloos bent. Wat kan je doen?

  1. Zoals boven beschreven: ja zeggen, erkennen en toelaten dat het zo is.
  2. Doen wat je verder nog kan/weet om je zenuwstelsel wat te kalmeren.
  3. Vanuit een wat kalmere toestand zoveel mogelijk nieuwsgierig en liefdevol bij het vervolg van je lichamelijke ervaringen proberen te blijven. Voelen wat je nodig hebt. Dan ervaren wat er verandert.

En ook deze 3 punten uit te kunnen voeren, is geen kattenpis. Het lukt de ene keer wel, de andere keer helemaal niet.

Aan de hand van het voorbeeld van mijzelf wil ik de 3 punten uitleggen.

Ik hoor gehuil buiten. Mijn hoofd wordt heet, mijn lichaam verkrampt. 

Punt 1: ik zeg tegen mezelf: ja, dit is blijkbaar een enorme en plotselinge trigger, sta je lichaam maar even toe om zo te reageren en dit te voelen.

Punt 2. Wacht maar rustig, je weet dat het weer voorbij gaat. Rustig blijven. Doorademen. Doe je ogen maar even open, misschien is er iets fijns te zien. Luister naar iets wat je fijn vindt. Doe je armen om jezelf heen. Er is nu geen gevaar. Je hoeft niets te doen.

Punt 3. Ik probeer nu langzaam te voelen wat ik in mijn lichaam voel. Ik voel eerst niets. Dan een misselijkmakend soort van verdriet in mijn hart. Pijn in mijn handen. Ik begin weer bij punt 1. 

Punt 1. Ja dit voel ik nu, het is OK.

Punt 2. Ik wrijf mijn handen zachtjes. Ik leg mijn hand op mijn maag waar ik het misselijk makende verdriet voel. Ik ga recht op zitten. Ik adem rustig en ben bij het gevoel. Mijn hand voelt troostend..

Punt 3.  Mijn lichaam begint een beetje te trillen, ik sta het toe dat mijn lichaam dat wil doen. Langzamerhand zakt het trillen en het verdriet. Alsof het verdriet in een soort innerlijk doortrekken van een toilet binnen in mij, naar beneden stort. Mijn lichaam rekt zich spontaan uit en ik zucht diep.

Alleen in een vriendelijke ondersteunende aanwezigheid van jezelf bij jezelf, terwijl je in je lichaam blijft en voelt wat er te voelen is, kan het lichaam van nature gaan doen wat het moet doen om de onrust wat meer los te kunnen laten. In plaats van het eerste ‘afweergeschut’ te blijven gebruiken waar jouw hersenen steeds de neiging toe hebben. Het helpt ook als je dan wordt ondersteund door nabijheid van iemand anders, of door je zo iemand in je fantasie voor te stellen dat die bij je is of je vasthoudt. Want alleen met je eigen aanwezigheid lukt het soms niet goed genoeg.

Pas las ik op linkedin een commentaar van een analytisch geschoolde therapeut die aangaf: als de ware betekenis die onder het gedrag ligt bekend wordt, dan lost het gedrag zich vanzelf op. Hier ben ik het niet mee eens. Van inzicht op zichzelf, of weten waarom je hersenen dit afweergeschut steeds kiezen, zal ‘gedrag’ van heftige (traumatische) stressreacties of van ernstige dwang niet ophouden. Misschien is het enige wijze inzicht dit: dat we gewoonweg als mens kwetsbaar zijn en (existentiële) angst en onrust bij ons hoort. We willen namelijk leven! Elk mens verlangt naar een gevoel van compleetheid, rust, dat alles goed is. Ons ‘reptielenbrein (i.s.m. limbische systeem)’ dat ons lichaam soms doet bevriezen, en onze ‘neocortex’ die ons uit situaties gaat denken, doen er in gezamenlijkheid alles aan om dit verlangen te volgen. Overigens ook niet meteen helpend dit inzicht, maar misschien wel normaliserend.

Het echte werk is: de geactiveerde toestand, de dringendheid van je zenuwstelsel (dat jou goedbedoeld iets wil laten oplossen) te leren herkennen, ook als een fysieke gevoelssituatie. Jezelf leren zoveel mogelijk als je het kan te leren kalmeren. Dit is liefdevol UITHOUDEN: toelaten, voelen wat er te voelen is, met jezelf als vriendelijke compagnon. Je zenuwstelsel weten te kalmeren, gaan leren waarop het het beste reageert. Welke woorden, welke aanraking, welke geluiden en beelden. Jezelf te begeleiden om juist niet te gaan doen wat je normaal doet vanwege de ondraaglijkheid van het gevoel.

Het echte werk is keer op keer het ondraaglijke leren te verdragen en jezelf er zo goed mogelijk doorheen te helpen. Met veel geduld, compassie en begrip voor jezelf en voor het mens zijn. Met vallen en opstaan. En misschien ook met een nederige, respectvolle acceptatie: dat je de sterke krachten waardoor onze hersenen gedreven worden, juist om ons mens zijn te willen te bewaken, niet altijd tegen kan gaan. Dat je dan niet faalt, als mens.

Menno Oosterhoff schrijft met compassie over mensen die kampen met psychische aandoeningen. Hoeveel moeite ze moeten doen om te functioneren. Hoe weinig die moeite gezien wordt door anderen. En hoe het functioneren dan vaak nog steeds niet zo is als ze eigenlijk zouden willen. Al deze mensen en ook mijzelf wil ik toewensen dat we in elk geval elkaars grote werk en moeite blijven zien en dat steeds meer anderen daar bewondering en respect voor kunnen opbrengen.

* Master in mindfulness based psychotherapy, Karuna institute/Middlesex University, UK.

** Vals alarm. Leven met een dwangstoornis. Menno Oosterhoff.  9e druk 2021, Uitgeverij Lucht BV.

*** www.tarabrach.com  Dharmaleraar/psycholoog/therapeut. Gratis meditaties en lessen (in het Engels). Kies eens voor een van haar RAIN meditaties bij een lastige gevoelssituatie (Recognize, Allow, Investigate, Nurture).